|
|
Stichting Down Syndroom kern Zeeland |
Kinderfysiotherapie bij kinderen met het syndroom van Down. Motorische ontwikkeling. Kinderen met het syndroom van Down doorlopen een specifieke motorische ontwikkeling. Ze ontwikkelen vaardigheden in een andere volgorde en ook verloopt de motorische ontwikkeling langzamer. Kinderen met het syndroom van Down hebben een lage spierspanning en te soepele gewrichten waardoor ze problemen hebben met het handhaven van hun houding tijdens bewegen. Door de problemen met de houdingsregulatie komen de motorische vaardigheden zoals romprotatie, evenwicht en bewegingsvariatie onvoldoende tot ontwikkeling. Dit heeft tot gevolg dat de kinderen een voorkeur hebben voor symmetrische houdings-en bewegingspatronen. Ook medische problemen kunnen van invloed zijn op de motorische ontwikkeling, zoals bijvoorbeeld een hartafwijking en een afwijkende schildklierfunctie. Kinderfysiotherapie. Uit onderzoek is gebleken dat de motoriek bij voorkeur tijdens de periode van het ontwikkelen van de basisvaardigheden (omrollen, kruipen, zitten, etc.) beïnvloed kan worden. De mate van beheersing van deze basisvaardigheden is essentieel voor de verdere motorische ontwikkeling. Kinderfysiotherapie kan gebruikt worden om de ontwikkeling van de basisvaardigheden te stimuleren. Elk kind ontwikkelt zich anders. Kinderfysiotherapie vindt dan ook plaats op basis van individuele doelstellingen. Basis-motorische Vaardigheden van Kinderen met het syndroom van Down (B.V.K.): De B.V.K. is een meetinstrument specifiek gericht op het volgen van het verloop van de motorische ontwikkeling van kinderen met het syndroom van Down in de leeftijd van 0 tot 3 jaar. Vijftien basis-motorische vaardigheden worden op regelmatige basis geobserveerd. Deze observaties geven een objectieve indicatie over de ontwikkeling van het kind en is derhalve een uitstekende basis voor het opstellen van het behandelplan. Henne Swenne Ellen Knaap-Boks, bekend met B.V.K. |